KIDV geeft duidelijkheid: ‘Liever niet bio-afbreekbaar’

‘Biologisch afbreekbare plastic verpakking heeft niet de voorkeur ten opzichte van herbruikbare en recyclebare plastic verpakkingen’, stelt het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) in een persbericht van 10 augustus jl. Het Landelijk Afvalbeheerplan van 28 december 2017  zegt zelfs dat ze niet bij het gft mogen. Wat zijn de gevolgen en waar moet het heen?

‘Veel bedrijven zijn blij met de duidelijkheid die wij nu geven’, zegt Karen van de Stadt van het KIDV. ‘Er zijn namelijk veel vragen rondom dit onderwerp. Wij doen onze uitspraak op basis van het onderzoek van CE Delft, de Transitieagenda Kunststoffen en de beleidslijn over biologisch afbreekbare kunststoffen in het Landelijk Afvalbeheer Plan.’
Van de Stadt verwijst naar het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3, sectorplan 6) waarin staat dat verpakkingen van bioafbreekbaar kunststof niet zonder meer bij het gft-afval mogen, ook niet als het voorzien is van een kiemplantlogo. Uitzondering wordt gemaakt voor bioafbreekbare zakken voor gft-inzameling.
Biologisch afbreekbare kunststof verpakkingen zijn dus niet meer welkom in de gft-afvalbak. Ook al voldoet een biologisch afbreekbare verpakking aan de Europese EN 13432-norm, waarin de periode, condities en toegestane restfracties in worden beschreven, dan nog gaat het vaak fout. De reden hiervoor is dat in de afgelopen jaren de processen van composteerinstallaties zijn versneld, waardoor het plastic niet de tijd krijgt om af te breken en in de compost achterblijft.
In het andere scenario, waarin het biologisch afbreekbare plastic bij het overige plastic afval terecht komt, kan het van invloed zijn op de kwaliteit van het recyclaat. Advies luidt nu dus: ‘biologisch afbreekbaar plastic moet voorlopig bij het restafval worden weggegooid.’ Er zijn uitzonderingen. Het KIDV ziet wel mogelijkheden als de afbreekbare verpakking in combinatie met het product als bijkomend integraal voordeel hebben dat er meer gft-afval wordt ingezameld, zoals bij koffiecupjes.

Kip-ei-verhaal
‘Er is ontzetten veel ruis over bio-afbreekbaar’, zegt Patrick Gerritsen van Bio4Pack. ‘Onze dunwandige, composteerbare verpakkingen breken sneller af dan een banaan of een sinaasappelschil. Natuurlijk, composteren heeft tijd nodig. Je kunt niet verwachten dat producten in vijf dagen zijn gecomposteerd. Onze verpakkingen verdwijnen op tijd. Ze hebben vaak slechts vijftien procent van de toegestane dikte en zijn zeker binnen achttien dagen verdwenen. De PLA vleesschaal van Coöp bijvoorbeeld, is heel goed te composteren. Maar het is het kip-en-ei-verhaal. Als er onvoldoende aanbod is, willen de afvalverwerkers niet investeren. Toch zul je stappen moeten nemen als je naar een circulaire economie wil. Als de overheid blijft vasthouden aan de oliegebaseerde grondstoffen, zoals PE, PP en PET, dan houd je de ontwikkeling van nieuwe, duurzame materialen tegen.’
Bioafbreekbare verpakkingen kunnen de afvalinzamelaars juist helpen, meent Gerritsen. ‘Momenteel bestaat veertig procent van het restafval nog uit gft-afval. Door in bioafbreekbare verpakkingen te gaan verpakken, kun je dat percentage terugbrengen. De consument die bijvoorbeeld een bloemkool in een plastic zak koopt, zal de bloemkoolresten vaak terug gooien in die zak. Als die composteerbaar is, is de kans groter dat het bij het gft terecht komt.’

Ekoplaza Transitieplan
Steven IJzerman, kwaliteitsmanager bij Ekoplaza, kan zich ook niet vinden in het statement van KIDV. Het bedrijf heeft zo’n 500 tot 600 producten in biodegradeerbare verpakkingen en is niet van plan het roer om te gooien. ‘Wij hebben samen met onze leveranciers een transitieplan in gezet en daar wijken wij niet van af. Voor de industrie en retailers zijn sommige biodegradeerbare opties misschien commercieel niet interessant, maar wij geloven erin. Er zijn nu eenmaal nieuwe ontwikkelingen nodig om tot een circulaire economie te komen. We moeten gewoon ergens beginnen.’

Vruchtbare bodem
‘Zet geen vruchtbare landbouwgronden in voor het maken van energie of bioplastics. Dat is alleen bestemd voor essentiële ecosystemen, zoals de ondersteuning van biodiversiteit, natuurlijke filtratie van het drinkwater en zuurstofproductie. Vruchtbare bodem is niet vernieuwbaar’, meent Alan Campbell van het LCA Centre. Hij refereert naar een uitspraak van de UN, waarin staat dat overmatig gebruik van hernieuwbare bronnen de wereld in een ernstige ecologische crisis dompelt lang voordat de niet-hernieuwbare bronnen zijn verdwenen. Maar, ‘voor theezakjes en koffiepads kunnen afbreekbare bioplastics functioneel zijn wanneer ze daadwerkelijk composteerbaar zijn, in de meeste andere gevallen leidt composteren tot het verlies van de grondstof. We zullen het meer moeten zoeken in hergebruik van de producten of het recyclen van het materiaal.’

Zakelijk en idealistisch
'Wat het KIDV eigenlijk zegt is; "bioplastics zijn goed, maar nu even niet", zegt Christiaan Bolck, programma manager materialen aan de Wageningen UR. 'Zakelijk gezien begrijp ik de bezwaren van de afvalverwerkers, maar idealistisch en technisch gezien heb ik er minder begrip voor. Natuurlijk willen de afvalverwerkers zo schoon mogelijke afvalstromen ontvangen, die bij voorkeur uit één type materiaal bestaan, zodat ze minder kosten hebben voor de recycling. Maar wil je de huidige wereld verbeteren, zal je stappen moeten maken. Daarbij kan er technisch gezien al veel, maar dat kost natuurlijk meer geld dan het upgraden van de afvalstromen. En de angst dat fossiele kunststoffen in het gft-afval komen, de zogenoemde insleep, is niet gefundeerd. Evenals de bewering dat als gevolg van de verandering in de composteerpraktijk ook de composteerbare plastics met een certificaat niet snel genoeg afbreken.’
'Het ideaal zou zijn dat we op langere termijn overgaan van fossiele naar plantaardige grondstoffen en dat de verpakking in de end-of-life fase intrinsiek recyclebaar is. Lukt dat niet, dan moet deze composteerbaar zijn en het liefst biologisch afbreekbaar op land en in de zee. Want komt het alsnog in het milieu of op plaatsen waar geen recycling is, dan moet het biologisch kunnen afbreken. Er zijn al biobased en biologisch afbreekbare plastic verpakkingen te maken die aan al deze eisen voldoen.'

Natuur en milieu
‘Wij zijn blij met de duidelijkheid die het KIDV geeft en delen hun visie’, zegt Jelmer Vierstra van Natuur & Milieu. ‘Daarbij vinden wij dat je materialen zo lang mogelijk in the loop moet houden, het afbreken van materiaal in een composteringsinstallatie past daar niet bij. Wat ons betreft gaat de aandacht vooral naar de recyclebaarheid van verpakkingen en het gebruik van gerecycled kunststof als grondstof. In beide is nog veel te winnen. Wij zien meer in slimme inzamelsystemen als statiegeld.’
Natuur & Milieu is kritisch over alle inzet van biomassa. ‘Grootschalige productie daarvan gaat altijd (direct of indirect) ten koste van natuur. Met de groeiende wereldbevolking wordt het beschermen van resterende natuur steeds belangrijker. Biomassa als brandstof is daarom geen optie. Maar ook bioplastics zijn lang niet klimaatneutraal en hebben flinke impact op het milieu door gebruik van kunstmest, transport en zoet water en zijn dus geen ideaal alternatief voor aardolie.’

www.kidv.nl

Convenant bioplastics
Het Kabinet wil burgers en bedrijfsleven duidelijkheid geven over bioplastics. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven heeft de bioplastics industrie, de recycling- en compostbedrijven daarom gevraagd om eind dit jaar met een Convenant over bioplastics te komen, waarin komt te staan welke materialen wel of niet worden toegestaan. Hiervoor is een werkgroep in het leven geroepen, bestaande uit Ministerie van Economische Zaken en Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Vereniging Afvalbedrijven, Holland Bioplastics, NRK, CE Delft en Natuur & Milieu.