Koninklijke Kartoflex pleit voor het afschaffen van de Verpakkingenbelasting

 

De Verpakkingenbelasting had er in 2008 nooit mogen komen, maar nu is het zaak om de Verpakkingenbelasting zonder uitstel af te schaffen, aldus Koninklijke Kartoflex. De Verpakkingenbelasting levert voor de bedrijven die het moeten opbrengen torenhoge administratieve lasten en kosten op. Drie jaar geleden is de Verpakkingenbelasting overhaast ingevoerd wat de afgelopen tijd onafgebroken heeft geleid tot allerlei reparatiebepalingen en lapmiddelen. Ondertussen wordt de Verpakkingenbelasting door de getroffen noodgrepen steeds ingewikkelder en zo langzamerhand volstrekt onuitvoerbaar. Zo is er een wirwar aan verschillende tarieven en afspraken van diverse branches met de Belastingdienst ontstaan. Waarmee onder meer het gelijkheidsbeginsel in het gedrang is gekomen. Hoog tijd dus dat dit bureaucratische monster wordt afgeschaft.

 

Fundamenteel onjuist

Kartoflex is vanaf het begin al om meerdere redenen tegen deze belasting geweest. Hierbij komt als eerste naar voren de fundamenteel verkeerd gekozen heffingsgrondslag voor belastinginning. De Verpakkingenbelastingheffing ziet niet toe op een systeem dat stimuleert om het meest geschikte materiaal te kiezen voor een bepaald doeleinde, maar gaat uit van heffing op basis van de CO2-last van het produceren van een verpakking als zelfstandig iets. De Verpakkingenbelasting gaat hierbij volledig voorbij aan de toepassing van de verpakking in de keten, waarbij bijvoorbeeld bescherming en houdbaarheid van een product aan de orde zijn. Het is onmogelijk om de verpakking los te koppelen (van de milieubelasting) van het te verpakken product. Een verpakking op zich, dus zonder bijbehorend product, heeft geen bestaansrecht.

 

Terugdringen van de administratieve lastendruk

Door het woud van wijzigingen dat sinds de invoering van de Verpakkingenbelasting op het bedrijfsleven is afgekomen is de tarievenstructuur een bijzonder ingewikkeld gedrocht geworden. Dit geldt voor de bedrijven die boven de drempel van 50 ton zitten. Maar de administratieve lasten die voortvloeien uit de gecompliceerde en bewerkelijke registratieverplichting slaan ook terug op bedrijven die niet vallen onder de Verpakkingenbelasting omdat ze onder de drempel van 50 ton blijven. Zij moeten hun positie kunnen aantonen en zitten desondanks opgescheept met de last toch te moeten registeren hoeveel verpakkingen ze gebruiken. Het afschaffen van de Verpakkingenbelasting zou enorm bijdragen aan het terugdringen van de administratieve lastendruk die de bedrijven in de praktijk ervaren.

 

Oneerlijk

De drempel van 50 ton is overigens in de loop van het bestaan van de Verpakkingenbelasting tot dit niveau opgetrokken. Dat is discriminatoir en in strijd met het gelijkheidsbeginsel, want de Verpakkingenbelasting wordt hierdoor op slechts een relatief klein aantal belastingsubjecten afgewenteld. Er is overigens - buiten administratieve lastenverlichting voor kleinere ondernemingen - geen enkele rechtvaardiging voor deze uiterst arbitraire grens die inmiddels in de regeling is terecht gekomen. Kartoflex was en is tegen de Verpakkingenbelasting, omdat deze:

● uitgaat van een fundamenteel onjuiste grondslag

● een onnodige en overmatige administratieve druk oplevert voor het bedrijfsleven.

● op geen enkele wijze bijdraagt aan innovatie of optimaler gebruik van verpakkingen. Ook wordt er

geen aanwijsbare milieudoelstelling gediend

● discriminatoir is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel

Koninklijke Kartoflex pleit derhalve voor het afschaffen van de Verpakkingenbelasting.

 

(Bron: persbericht Kartoflex)

 

 

Tags (taxonomy): 

Reacties

Reactie toevoegen