1. Wat is er écht nodig?
Voordat personeel wordt aangenomen, is het belangrijk om eerst vast te stellen wanneer en welke hulp precies nodig is. Is er op bepaalde momenten in het jaar vooral sprake van productiepieken? Dan past een oproepmedewerker misschien beter dan iemand die vast in dienst is. Is er structureel te weinig tijd om alle taken af te maken? Dan ligt een vaste parttime of fulltime rol eerder voor de hand.
Bij twijfel over wat de beste keuze is, helpt het om eerst in kaart te brengen aan welke taken steeds niet wordt toegekomen. Voor hoeveel uur per week is hulp nodig en wat leveren die extra handjes precies op? Wanneer dit helder is, wordt het makkelijker om een goede beslissing te nemen.
2. Kies de juiste contractvorm
Wanneer iemand wordt aangenomen, kan er grofweg uit drie verschillende contractvormen worden gekozen. Het is verstandig om vooraf te bepalen wat het beste past bij de situatie.
- Een werknemer in loondienst: Dit soort collega’s zijn waardevol voor de kennisopbouw binnen een bedrijf en voor het vasthouden van klanten. Tegelijkertijd zijn er ook verplichtingen: medewerkers in loondienst moeten bijvoorbeeld worden doorbetaald bij ziekte.
- Een tijdelijke kracht: Tijdelijke contracten bieden flexibiliteit, maar mogen niet eindeloos worden gestapeld. Dit type werknemers is vooral ideaal bij piekdrukte, bijvoorbeeld bij seizoenswerk.
- Een zzp’er: Ook deze contractvorm heeft voor- en nadelen. Een voordeel is dat gericht expertise kan worden ingekocht zonder werkgeversrisico’s. Er zijn geen doorlopende loonkosten, maar daar staat tegenover dat vaak een hoger uurtarief wordt betaald. Ook moet worden opgepast voor schijnzelfstandigheid.
3. Doorrekenen, doorrekenen, doorrekenen
Het is belangrijk om na te gaan of de loonkosten betaald kunnen worden. Daarbij moet worden beseft dat het afgesproken uurtarief niet de totale kostenpost is. Denk bijvoorbeeld aan loonheffingen, werkgeversheffingen en de Zorgverzekeringswet. Ook vakantiegeld, pensioenbijdragen en extra secundaire arbeidsvoorwaarden brengen kosten met zich mee. Per werknemer komt er vaak zo’n 20% tot 35% bovenop het bruto salaris aan extra kosten.
4. Verzekeringen op orde
Wanneer personeel wordt aangenomen, ontstaan er extra bedrijfsrisico’s. Wie de stap wil maken van zelfstandig ondernemer naar werkgever, doet er verstandig aan om daar niet pas over na te denken zodra er iets misgaat. Hoe klein het team ook is: de werkgever is verantwoordelijk voor loondoorbetaling bij ziekte, veilige werkomstandigheden en eventuele schade die iemand tijdens het werk veroorzaakt aan anderen of hun eigendommen.
Het is daarom verstandig om bepaalde risico’s te verzekeren. Zo is een ziekteverzuimverzekering het overwegen waard. Deze verzekering dekt (een deel van) de loonkosten als een medewerker ziek uitvalt. Vaak is daarbij ook verzuimbegeleiding of ondersteuning van een arbodienst inbegrepen.
Ook een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering, ongevallenverzekering en rechtsbijstandverzekering kunnen van pas komen. Bij twijfel over de noodzaak van een verzekering is het verstandig om zich goed te laten informeren door een expert, zodat er geen sprake is van onder- of oververzekering.
Een goede voorbereiding voordat de stap wordt gezet
Extra handjes kunnen de ruimte geven die nodig is om door te groeien, klanten beter te helpen en weer meer op het vak te kunnen richten. Maar personeel aannemen is niet iets wat er ‘even bij’ wordt gedaan. Het is belangrijk om de tijd te nemen om zich grondig in te lezen, keuzes door te rekenen en de basis op orde te brengen. Zo voelt die eerste medewerker minder als een sprong in het diepe.
