Verhagen schetste eerst zijn rol binnen de sector. Hij is verantwoordelijk voor duurzaamheid bij OPACKGROUP en daarnaast actief binnen verschillende brancheorganisaties. ‘Met StiMo brengen we materiaalorganisaties samen, van papier en hout tot glas, metaal en kunststof’, lichtte hij toe. ‘Daar werken we aan het versterken van circulariteit.’
Volgens Verhagen is juist die brede betrokkenheid nodig om ontwikkelingen te versnellen. ‘We halen informatie uit de markt en proberen daarmee ook onze klanten verder te helpen.’
Materiaalkeuze blijft maatwerk
Een belangrijk uitgangspunt binnen de PPWR is dat verpakkingen recyclebaar moeten zijn. Tegelijkertijd benadrukte Verhagen dat elk materiaal zijn eigen functie heeft. ‘Als je een pot jam koopt, bestaat die verpakking uit glas, staal, kunststof, papier en hout. Elk materiaal heeft een specifieke rol en dus ook een eigen uitdaging.’
Daarmee wordt direct duidelijk dat er geen universele oplossing bestaat. Ontwerpkeuzes blijven afhankelijk van product, toepassing en logistiek.
Onzekerheid rond richtlijnen
Een terugkerend punt in de sessie was de rol van design-for-recyclingrichtlijnen. Volgens Verhagen ontstaat hier een spanningsveld. ‘Om te weten of je aan de wet voldoet, moet je straks mogelijk eerst een richtlijn kopen. Dat is een gek systeem.’
Daarnaast bestaan er meerdere richtlijnen naast elkaar, wat de situatie complex maakt. Dit vergroot de onzekerheid bij bedrijven die hun verpakkingen willen aanpassen aan de regelgeving.
Drie stappen richting beter recyclebare folies
Binnen OPACKGROUP wordt gewerkt aan oplossingen om kunststofverpakkingen beter recyclebaar te maken. Verhagen onderscheidde drie stappen.
De eerste stap is het verminderen van problematische materialen zoals polyamide en PVDC. ‘We kijken of we die uit co-extrusies kunnen halen.’
De tweede stap is het aanpassen van materiaalstructuren, bijvoorbeeld door polyethyleen te versterken. Hierdoor verbeteren eigenschappen zoals barrière en transparantie.
De derde stap is het ontwikkelen van nieuwe laminaten op basis van beter recyclebare combinaties.
Daarnaast speelt de inzet van recyclaat en alternatieve grondstoffen een rol. ‘In 2028 wordt mogelijk bepaald of recyclaat verplicht wordt in voedselcontactmaterialen. Tegelijk wordt gekeken naar biobased alternatieven.’
De quiz: praktijkcases tonen dilemma’s
In de quiz legde Verhagen verschillende verpakkingsopties voor aan het publiek. Daarbij bleek telkens dat er zelden één duidelijk juist antwoord is.

Broodverpakkingen
Bij broodverpakkingen bijvoorbeeld lijkt papier een logische keuze. Maar in de praktijk spelen houdbaarheid en zichtbaarheid een rol. Kunststof kan beter beschermen, maar moet dan wel voldoen aan toekomstige eisen rond mono-materialen.

Drankverpakkingen
Ook bij drankverpakkingen ontstond discussie. PET scoort goed op recycling, maar glas blijft nodig voor specifieke toepassingen. ‘Die ga je niet vervangen als je een product tien jaar wilt bewaren’, aldus Verhagen.

Soepverpakkingen: minimalisatie versus functionaliteit
Een terugkerend thema was de spanning tussen materiaalreductie en functionaliteit. Bij soepverpakkingen scoort een pouch goed op gewicht en energieverbruik tijdens productie.
Tegelijk zijn veel pouches momenteel slecht recyclebaar door complexe laminaten. Nieuwe mono-materialen kunnen dit verbeteren, maar zijn nog niet overal toegepast.
‘Elke verpakking heeft zijn eigen voordeel’, stelde Verhagen.

Kaasverpakkingen: complexiteit bij kunststof
Bij kunststofverpakkingen bleek de kennis in de zaal beperkter. Waar materialen als glas en metaal voor veel mensen herkenbaar zijn, vraagt kunststof om meer technische kennis.
‘Je moet weten wat er in zo’n folie zit om een goede keuze te maken’, gaf Verhagen aan.
Daarnaast spelen factoren zoals gasdoorlaatbaarheid een rol, bijvoorbeeld bij kaasverpakkingen. Sommige kazen produceren nog gas na verpakking, wat invloed heeft op de benodigde barrière-eigenschappen.

Single-use verpakkingen: verboden en uitzonderingen
Een ander onderdeel van de quiz ging over verpakkingen die onder de PPWR mogelijk verdwijnen. Kleine hotelverpakkingen en bepaalde single-use toepassingen worden verboden, maar vaak met uitzonderingen.
Zo mogen kleine portieverpakkingen in de horeca niet meer voor consumptie ter plaatse, maar wel bij takeaway.

AGF-verpakkingen
Ook bij groente- en fruitverpakkingen geldt dat beperkingen afhankelijk zijn van onderbouwing. ‘Je moet aantonen dat een verpakking nodig is voor bijvoorbeeld houdbaarheid of het voorkomen van voedselverspilling’, aldus Verhagen.

Meer nadruk op onderbouwing en data
Volgens Verhagen verschuift de nadruk in de regelgeving naar onderbouwing. Bedrijven moeten kunnen aantonen waarom een verpakking nodig is. Dat betekent dat testen en data belangrijker worden. ‘Je zult moeten laten zien wat het effect is op shelf life en productkwaliteit.’
Verpakkingsdossier wordt cruciaal
Tot slot benadrukte Verhagen het belang van het verpakkingsdossier. ‘Sinds 1994 moet iedereen dat al hebben, maar we komen nog steeds bedrijven tegen zonder dossier.’
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zal hier naar verwachting strenger op gaan toezien. De conformiteitsverklaring maakt hier onderdeel van uit.
De conclusie van de sessie was dat de PPWR nog veel vragen oproept. Richtlijnen, uitzonderingen en interpretaties maken het geheel complex.
‘Het wordt niet altijd makkelijker’, erkende Verhagen. Tegelijk is stilstand geen optie. Hij sloot af met een oproep om actief aan de slag te gaan met een verpakkingsdossier. ‘Je moet blijven bewegen. De meeste stappen zijn kleiner dan je denkt, maar je moet ze wel zetten.’