‘Wat wij hebben ontwikkeld is een sensor die daadwerkelijk voedselbederf meet,’ vertelt Berg. ‘Niet een indicatie dat er mogelijk iets mis zou kunnen zijn, zoals bij een time-temperature-indicator of een pH-sensor, maar real-time informatie over de staat van het product.’
Sensor reageert op gassen
De technologie is gebaseerd op het meten van gassen die ontstaan tijdens het bederfproces van vlees, vis of kip. Wanneer bacteriën en enzymen eiwitten afbreken, komen specifieke gassen vrij. Zodra die een bepaalde concentratie bereiken, verandert de sensor van kleur.
‘De sensor verkleurt van blauw naar rood,’ legt Berg uit. ‘Blauw betekent dat het product nog goed is. Wanneer de sensor rood wordt, is het moment aangebroken waarop retailers of consumenten voorzichtiger moeten worden.’
De sensor zit aan de binnenzijde van de verpakking, in direct contact met de atmosfeer rond het product. De kleurverandering wordt vertaald naar een grafische indicator aan de buitenzijde van de verpakking. Een scanner of app is daarvoor niet nodig. ‘De kleurverandering is direct zichtbaar voor retailers én consumenten,’ aldus Berg.

Minder verspilling
Innoscentia richt zich vooral op producenten die hun veiligheidsmarges willen verkleinen. Volgens Berg hanteren veel producenten momenteel ruime marges bij het bepalen van de houdbaarheidsdatum, uit voorzorg voor voedselveiligheid en merkrisico’s.
‘Een product dat technisch twintig dagen houdbaar is, krijgt misschien maar twaalf of vijftien dagen mee,’ zegt hij. ‘Met een sensor die daadwerkelijk bederf meet, durven producenten meer van die werkelijke houdbaarheid te benutten.’
Dat zou producten enkele dagen langer verkoopbaar moeten maken. Producenten schrijven volgens Berg minder snel product af, retailers krijgen meer tijd om te verkopen zonder prijsverlagingen, en consumenten gooien minder voedsel weg. Innoscentia stelt dat de technologie zo kan bijdragen aan de Europese doelstellingen voor het terugdringen van voedselverspilling richting 2030.
Kalibratie per kwaliteitsniveau
Een belangrijk onderdeel van de technologie is volgens Berg de kalibratie van de sensor. Producenten kunnen zelf bepalen hoe snel de indicator reageert, afhankelijk van hun kwaliteitspositionering.
‘Sommige producenten willen een zeer hoge kwaliteitsmarge en laten de sensor eerder reageren,’ vertelt hij. ‘Anderen willen juist zoveel mogelijk van de houdbaarheid benutten. Daar kunnen we de sensor op afstemmen.’
Die instelbaarheid noemt de startup een verschil met bestaande indicatoren die alleen temperatuurgeschiedenis registreren, zonder rekening te houden met de werkelijke staat van het product.

Petter Berg
Recyclebaar ontwerp
De sensor is klein en wordt in het kunststofverpakkingsmateriaal geïntegreerd. ‘De sensor kan samen met het verpakkingsmateriaal worden gerecycled,’ zegt Berg. ‘Het aandeel materiaal van de sensor is zeer beperkt.’ Daarmee sluit het bedrijf aan op de groeiende aandacht voor recyclebare verpakkingen en Europese regelgeving rond verpakkingsafval.
Eerste pilots in de vissector
Innoscentia bevindt zich nog in de opschalingsfase. Het bedrijf werkt aan pilots met Zweedse visproducenten, mede vanwege de sterke positie van de visindustrie rond Lund.
‘We starten in de vissector,’ vertelt Berg. ‘Maar als een klant in een ander Europees land met kip aan de slag wil, dan kunnen we daarop inspelen. Als startup moet je opportunistisch zijn.’
Nu opschalen
Volgens Berg is de technologie inmiddels gevalideerd. De volgende stap is het opschalen van pilotniveau naar commerciële volumes, waarvoor momenteel een investeringsronde loopt. Als de planning gehaald wordt, wil het bedrijf begin 2027 commercieel actief zijn.
Berg noemt deelname aan interpack een belangrijke stap om partners en klanten te vinden. ‘Op een startup-plein zoeken bezoekers echt naar nieuwe technologieën en ideeën. In een van de grote hallen waren we waarschijnlijk minder opgevallen.’