Het materiaal voelt flexibel aan en de doseertuit is smal, wat controle belooft. Visueel klopt het verhaal. Groen staat voor natuurlijk, de olijven voor kwaliteit en de claim van honderd procent gerecycled plastic geeft een goed gevoel. Dit is duurzaamheid die zichtbaar en voelbaar bedoeld is.

Deze foto is niet gestyled. Geen perfecte setting, geen voorbereide handen. Gewoon hoe de shopper het product in het dagelijks gebruik ervaart.
Wat betekent dit in de praktijk?
Thuis gebeurt er iets interessants. Waar de glazen fles rust en precisie gaf, vraagt deze verpakking om actie. Knijpen, richten, stoppen. Bij dat moment merk ik iets wat ik eerder niet had: vette vingers. Eén kleine druppel langs de tuit is genoeg. Het voelt onhandig en vies, en dat gevoel blijft hangen.
Dit is natuurlijk een N=1-observatie. Het kan zijn dat ik simpelweg onhandig ben. Tegelijkertijd heb ik in de praktijk geleerd dat de gebruiker altijd gelijk heeft. Niet omdat hij technisch gelijk heeft, maar omdat zijn ervaring bepaalt of een product nog een keer wordt gekocht. Of ik de enige ben die dit ervaart, zal de toekomst uitwijzen.
Waarom is dit belangrijk?
Omdat gebruikservaring zwaarder weegt dan intentie. Hoe duurzaam een verpakking ook is, als het gebruik net niet prettig voelt, ontstaat frictie. En frictie verlaagt herhaalaankoop, vaak zonder dat de gebruiker dat bewust kan uitleggen.
Dit is geen kritiek op duurzaamheid. Het initiatief is sterk en noodzakelijk. Maar duurzaamheid werkt pas echt als comfort en controle meegaan. Zien en voelen moeten hetzelfde verhaal vertellen.
Duurzaamheid werkt pas echt als comfort en controle meegaan.
Wat kun je doen?
De kans voor merken ligt hier. Behoud het duurzame voordeel, maar optimaliseer in dit geval de tuit of dosering. Zodat de belofte niet alleen klopt in het schap, maar ook in de keuken.
Kortom: een stap vooruit voor het milieu. Nu nog eentje voor de gebruiker.