Het consortium werkt onder auspiciën van de Ellen MacArthur Foundation en wordt begeleid door het Franse adviesbureau (Re)Set. De deelnemers willen gezamenlijk investeren in materiaalontwikkeling, verwerkingstechnologie en testmethoden voor functioneel barrièrepapier.
Barrière én verwerkbaarheid
Een belangrijke technische uitdaging is het combineren van de recyclebaarheid van papier met de barrière-eigenschappen die nodig zijn voor bijvoorbeeld voedingsmiddelen en consumentenproducten. Het consortium onderzoekt onder meer watergedragen dispersies en biobased polymeren om papier beter bestand te maken tegen zuurstof, vocht en vet.
Daarbij gaat het niet alleen om de eigenschappen van het verpakkingsmateriaal zelf. De nieuwe structuren moeten ook kunnen worden verwerkt op bestaande of aangepaste horizontale en verticale vorm-, vul- en sluitmachines (HFFS en VFFS). Sealbaarheid, machineloop, materiaaltreksterkte en vouwgedrag zijn daarbij belangrijke aandachtspunten.
Ook de verwerking na gebruik speelt een centrale rol. De deelnemende bedrijven willen dat nieuwe papiergebaseerde structuren zoveel mogelijk binnen bestaande oudpapierstromen kunnen worden gerecycled. Daarbij zijn onder meer de Europese CEPI-richtlijnen voor recyclebaarheid van papier en karton relevant.
Alternatief voor flexibele kunststoffen
Flexibele kunststofverpakkingen zijn technisch efficiënt en gebruiken relatief weinig materiaal, maar vormen tegelijkertijd een lastige afvalstroom. Meerlaagse folies en combinaties van verschillende polymeren zijn vaak moeilijk mechanisch te recyclen.
Papiergebaseerde flexibele verpakkingen worden daarom door verschillende merkeigenaren onderzocht als alternatief voor bepaalde toepassingen. Daarbij zal per product moeten blijken of papier voldoende bescherming kan bieden zonder dat meer materiaal, aanvullende coatings of ingrijpende aanpassingen aan verpakkingslijnen nodig zijn.
Gevolgen voor verpakkingsbedrijven
Voor leveranciers van verpakkingsmaterialen, drukkers, machinebouwers en contractverpakkers is vooral de schaal van de samenwerking relevant. De zes deelnemende concerns gebruiken gezamenlijk grote hoeveelheden flexibele verpakkingen en kunnen daardoor invloed uitoefenen op materiaalstandaarden, testmethoden en machine-eisen.
Ook Nederlandse verpakkingsbedrijven kunnen met deze ontwikkeling te maken krijgen. Unilever beschikt in Wageningen over zijn Foods Innovation Centre, waar onder meer aan product- en verpakkingsinnovatie wordt gewerkt.
Voor afvullers en machinebouwers betekent een bredere toepassing van papier dat processen mogelijk opnieuw moeten worden geoptimaliseerd. Papier reageert anders op trekbelasting, vouwen en warmte dan kunststof folie. Daardoor kunnen onder meer baanspanning, sealtijd, sealtemperatuur en lijnsnelheid opnieuw moeten worden ingesteld.
De oprichting van PaperFlex laat vooral zien dat grote merkeigenaren de ontwikkeling van flexibele papierverpakkingen gezamenlijk willen versnellen. Of papier op grote schaal kunststof flexibles kan vervangen, zal per toepassing afhangen van onder meer productbescherming, recyclebaarheid, machineloop en kosten.