‘De verpakkingskundige wordt veel meer een systeemontwerper’
Het werk van de verpakkingskundige houdt niet op zodra een product goed is verpakt. Ook wat de gebruiker met de verpakking doet en hoe het materiaal daarna wordt ingezameld en gerecycled, vraagt om aandacht. Tijdens VNV Kennismakers 2026 bespraken verpakkingskundigen wat hun vak in de praktijk ingewikkeld maakt. Karen van de Stadt schetste de veranderende rol van de verpakkingskundige, Marion Beugelsdijk deelde lessen uit dertig jaar praktijk en Roland ten Klooster liet zien hoe onderzoek aannames op de proef stelt.
De Vereniging Nederlandse Verpakkingskundigen (VNV) organiseerde de bijeenkomst op vrijdag 30 oktober samen met Verpact in Het Oude Magazijn in Amersfoort. Het voormalige spoorwegmagazijn uit 1904, met zijn industriële karakter en warme interieur, bood ruimte voor inhoudelijke sessies en onderlinge gesprekken.
Die combinatie was bewust gekozen, vertelde Kachung Tsang van Manmetkuif, die de dag samen met Danique Brezet en Iason Zarakovitis organiseerde. Ideeën waren er tijdens de voorbereiding genoeg. Maar de penningmeester stelde een eenvoudige vraag: ‘Wat was het doel?’
Het antwoord zat in de redenen waarom vakgenoten lid worden: kennis opdoen, ervaringen uitwisselen en mensen ontmoeten. Vandaar de dubbele betekenis van Kennismakers. ‘Kennismakers is bedacht door verpakkingskundigen’, aldus Tsang. ‘Voor verpakkingskundigen.’

Van verpakking naar systeem
Karen van de Stadt van Verpact kijkt in haar werk zowel naar materiaaleigenschappen als naar de hele verpakkingsketen. Juist die afwisseling trekt haar aan. ‘Aan de ene kant kijk je naar het systeem. En het volgende moment heb je het over moleculen.’
Verpakkingen beschermen producten en maken distributie mogelijk. Tegelijkertijd vragen grondstoffengebruik en afval om andere keuzes. De fase na gebruik kreeg volgens Van de Stadt lange tijd onvoldoende aandacht tijdens het ontwerpen. Afdanken leek vooral het sluitstuk van een schema. ‘Dus dat is een blinde vlek voor ons geweest.’
Inzameling, sortering en recycling van verpakkingen verlopen minder schoon en overzichtelijk dan ontwerpers zich soms voorstellen. Bij Verpact houdt een deel van de collega’s zich bezig met kennisontwikkeling, terwijl anderen afspraken maken over inzameling en verwerking. Uiteindelijk moet het ingezamelde materiaal weer bruikbare grondstof opleveren.

Van de Stadt ziet de PPWR als een kader dat bedrijven breder naar verpakkingen laat kijken. Hoe combineer je bijvoorbeeld recyclaatgebruik met veiligheid? Ook gedrag telt mee. Een kartonnen wikkel komt alleen afzonderlijk in de papierstroom terecht als de gebruiker hem verwijdert. De ontwerper moet dus rekening houden met wat mensen thuis met een lege verpakking doen.
Daarmee verandert het werk van de verpakkingskundige. Die moet begrijpen hoe ontwerpkeuzes doorwerken bij gebruik, inzameling en recycling. ‘Dus we zullen wat meer naar die andere vakgebieden moeten uitreiken’, aldus Van de Stadt.
Materiaalkennis alleen volstaat volgens haar niet meer. Een verpakkingskundige moet ook met leveranciers, recyclers en andere betrokkenen kunnen bespreken wat een ontwerp voor hun werk betekent. Welke gegevens zijn bijvoorbeeld nodig om aan te tonen dat een verpakking aan de eisen voldoet? ‘Dus we worden veel meer een systeemontwerper. Die verandering ontstaat door dagelijkse keuzes en experimenten. Maar het zit in duizend kleine beslissingen.’

Met de liniaal naar de fabriek
Bij Marion Beugelsdijk ging het over dozen die niet pasten, scheurende perforaties en de zoektocht naar goedkopere koekfolie. De verpakkingsexpert van Albert Heijn vertelde in een oude, iets wat vochtige treincoupé over haar loopbaan.
Die begon in 1996 bij Honig, al twee dagen na haar afstuderen. Haar eerste advies aan starters: ‘Ga dan eerst gewoon een maand op vakantie.’
Bij Honig zat ze als verpakkingstechnoloog tussen marketing en productie in. De ene afdeling wil veranderen, de andere wil vooral betrouwbaar blijven produceren. ‘Als verpakkingstechnoloog zit je er een beetje tussenin. Probeer je de boel in goede banen te leiden.’
Op een dag zouden de dozen in de deegwarenfabriek te klein zijn. Beugelsdijk ging met specificaties en liniaal kijken. De maten klopten, evenals de hoeveelheid macaroni per zak. ‘Uiteindelijk blijkt dat ze gewoon het verkeerde programma hebben aangezet. En dat ze proberen om 25 zakken in een doos van 24 te stoppen.’

Bij Verkade scheurde een perforatie steeds voortijdig. ‘We zijn uiteindelijk de hele route gaan volgen.’ Bij de kartonleverancier trok de plakmachine aan het geperforeerde klepje. Hoe voller het invoermagazijn, hoe harder er aan de onderste doosjes werd getrokken. De oplossing was de perforatie naar het andere klepje te verplaatsen.
Om andere koekfolie te kunnen gebruiken, ontwikkelde Beugelsdijk met een collega een meetinstrument in de vorm van een rol koekjes: de Packaging Information Gatherer, ofwel PIG. Metingen van temperatuur en druk brachten onder meer defecte thermokoppels aan het licht. Daarna lukte de overstap naar goedkopere folie alsnog.

Onderzoek toetst aannames
Roland ten Klooster, ontwerper en adviseur bij Plato Product Consultants en parttime hoogleraar aan de Universiteit Twente, liet deelnemers eerst zelf antwoorden bedenken op onderzoeksvragen. Daarna volgden de bevindingen. Met een voorbehoud: wetenschap levert ‘een tijdelijke waarheid’ op.
‘Vraag je consumenten een ontwerp te beoordelen op eigenschappen als natuurlijk of betrouwbaar, dan kun je andere associaties missen’, vertelde Ten Klooster. ‘Laat je hen zelf categorieën kiezen, dan komt er soms iets anders uit. Dan kiezen ze bijvoorbeeld cheap als categorie. Dat zouden wij niet bedenken in dit soort emoties.’
Ook bij sealen lopen verwachtingen en resultaten uiteen. In proeven veroorzaakten grovere koffiedeeltjes eerder problemen dan poedersuiker: met uitvergrote foto’s van de seal liet Ten Klooster zien dat de folie de grotere deeltjes moeilijker kan omsluiten.
Bij onderzochte luchtkussenzakken lukte het met tot circa 40 procent post-consumerrecyclaat luchtdichte zakken te maken. Voor hogere percentages waren bijvoorbeeld zuiverder recyclaat of compatibilizers nodig. Die grens gold voor deze proeven; bij andere materialen en procesomstandigheden kan die anders liggen.

Van droge cellulose een transparante folie maken lukte eveneens in de proeven die Ten Klooster beschreef, met druk, temperatuur en een kleine toevoeging olie. Een student die daar heel bedreven in is, kreeg het voor elkaar. Maar toen anderen het proces wilden herhalen, bleek dat lastig. Daarvoor moesten de omstandigheden eerst nauwkeurig worden vastgelegd.
Ontwerpkeuzes hangen onderling samen, benadrukte hij. ‘Maar je moet eerst weten hoe je je product kunt beschermen.’ Volgens Ten Klooster ontbreekt dat ketenoverzicht nog geregeld: ‘Ze kijken één stap vooruit en niet meer dan dat.’
Parallel aan de lezingen konden deelnemers brainstormen over standaardisatie en circulariteit. Tsang sloot af met kennismakingssessies waarin nieuwe en bestaande leden met elkaar in gesprek gingen.

Meer artikelen
Gerelateerde artikelen
Circulariteit van papier
In de column Ingewikkeld in VerpakkingsManagement bespreekt Gerard Nijssen, directeur van Nijssen...
Wetenschappelijk verpakt: onderzoek naar sealintegriteit en recyclaat
Roland ten Klooster is ontwerper/adviseur bij Plato product consultants en hoogleraar Packaging...
Dagmar Sanderink: ‘De afwisseling maakt mijn werk zo leuk'
De column 'De dag van ...' wordt verzorgd door de Verenging Nederlandse Verpakkingskundigen (VNV)....
VM nieuwsbrief
- Blijf op de hoogte met het laatste nieuws uit de verpakkingsindustrie
- Techniek, duurzaamheid, design en meer
- Gratis in jouw inbox