Storteboom deelt lessen uit smart packaging-project
Tijdens het AIPIA-congres in Amsterdam namen Jeroen Floris, CCO van Storteboom Food Group, en Peter Stael, CEO van Across Consult, het publiek mee in een project dat al sinds 2018 loopt. Hun presentatie draaide om een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: hoe kan verpakkingsinnovatie bijdragen aan een langere houdbaarheid van verse producten én tegelijkertijd voedselverspilling verminderen? De praktijk bleek weerbarstiger dan de technologie.
Floris en Stael presenteerden geen succesverhaal van een nieuwe slimme verpakking die direct werd omarmd door de markt. Integendeel. Hun verhaal ging vooral over de obstakels die zij onderweg tegenkwamen: regelgeving, kosten, operationele processen en consumentengedrag. Toch zien zij juist daarin de belangrijkste lessen voor de toekomst van smart packaging.

Een technologie die werkte
De aanleiding voor het project was een Keep-It houdbaarheidsindicator die op verpakkingen van verse producten kon worden aangebracht. De indicator wordt geactiveerd tijdens de productie en volgt vervolgens de werkelijke kwaliteit van het product gedurende de keten.
‘We waren erg optimistisch over het product’, vertelde Floris. ‘We zagen direct de mogelijkheden om voedselverspilling tegen te gaan.’
De technologie was gebaseerd op het principe dat de indicator sneller of langzamer reageert afhankelijk van de omstandigheden waarin het product zich bevindt. Bij een goed gecontroleerde koelketen blijft de houdbaarheid langer behouden, terwijl afwijkingen sneller zichtbaar worden.
Voor verse producten zoals kip biedt dat interessante mogelijkheden. Hoewel deze producten al intensief worden gecontroleerd vanwege risico’s op bacteriegroei, blijft de werkelijke houdbaarheid in de praktijk soms lastig voorspelbaar. Volgens Floris gaat nog altijd ongeveer 23 procent van het voedsel verloren, waardoor elke verbetering welkom is.

Regelgeving als eerste hindernis
De eerste uitdaging bleek niet technisch van aard, maar juridisch. ‘Het heeft ons vijf jaar gekost om duidelijkheid te krijgen over de regelgeving’, aldus Floris.
Toezichthouders moesten overtuigd worden dat de indicator zowel voedselveiligheid ondersteunt als helpt bij het verminderen van voedselverspilling. Pas na langdurige discussies ontstond ruimte om verder te gaan met de toepassing. Daarna volgde de economische afweging. De indicator kostte ongeveer vijf eurocent per verpakking. In een markt met kleine marges vraagt dat om een overtuigende businesscase. ‘We hebben uitgebreid onderzocht waar en wanneer zo’n oplossing waarde toevoegt’, vertelde Floris. ‘Uiteindelijk bleek er wel degelijk een haalbare businesscase mogelijk.’

De mens als grootste variabele
Toen regelgeving en kosten grotendeels waren opgelost, kwamen nieuwe uitdagingen naar voren. Storteboom produceert voor verschillende retailers en werkt met grote aantallen productwisselingen op de verpakkingslijnen. Dat betekent dat operators steeds de juiste labels moeten gebruiken en de processen correct moeten uitvoeren. ‘Er zijn veel mogelijkheden voor fouten’, zei Floris. ‘De operationele kant blijkt minstens zo belangrijk als de technologie zelf.’
Daarnaast speelde consumentengedrag een grote rol. Een houdbaarheidsindicator kan laten zien dat een product nog langer goed is dan de traditionele houdbaarheidsdatum suggereert. Toch is het volgens Floris niet vanzelfsprekend dat consumenten daarop vertrouwen.
‘Bij consumentenproducten denken veel mensen: de datum is verstreken, maar ik kan het waarschijnlijk nog gebruiken. Bij verse producten ligt dat anders. Daar bestaat veel meer terughoudendheid.’
Ook retailers moeten hierin worden meegenomen. Volgens Floris is communicatie essentieel om vertrouwen in dergelijke systemen op te bouwen.

Van slimme labels naar geïntegreerde oplossingen
De ervaringen leidden tot een andere benadering. Volgens Stael en Floris moest de technologie minder afhankelijk worden van handmatige handelingen op de productievloer.
De oorspronkelijke indicator ontwikkelde zich daarom van een afzonderlijk label naar een oplossing die rechtstreeks in verpakkingsmaterialen kan worden geïntegreerd. Tegelijkertijd werkte het team aan een breder model dat verschillende technologieën combineert.
Binnen dit zogenoemde ABCDE-model spelen actieve verpakkingsmaterialen, monitoring van productcondities, bacteriemodellen en kunstmatige intelligentie een rol. ‘De eerste testen lieten zien dat we de houdbaarheid met ongeveer één dag konden verlengen’, vertelde Floris. ‘Maar ons doel ligt hoger. We willen naar twaalf of dertien dagen houdbaarheid.’
Voor producenten van verse producten kan zelfs één extra dag al aanzienlijke voordelen opleveren, bijvoorbeeld doordat producten langer verkoopbaar blijven en minder snel worden afgewaardeerd of weggegooid.

Verpakking vertelt de waarheid
Gaandeweg verschoof de aandacht van technologie naar organisatiegedrag. Volgens Stael zit daarin de belangrijkste les van het project. ‘Packaging makes variability visible. Smart packaging makes variability measurable’, stelde hij.
Wanneer slimme verpakkingen afwijkingen zichtbaar maken, onthullen ze volgens hem niet alleen de toestand van het product, maar ook de werking van de organisatie erachter. Problemen in processen, hygiëne, logistiek of kwaliteitscontrole worden zichtbaar zodra de verpakking de werkelijkheid weerspiegelt. ‘Verpakkingen bestaan niet alleen om producten te beschermen’, zei Stael. ‘Ze beschermen ook de relaties tussen mensen in de waardeketen.’
Hij beschreef verpakkingen daarom als een ‘diagnostic lens’: een instrument waarmee bedrijven kunnen zien wat er werkelijk gebeurt in hun processen. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar om van afwijkingen te leren.

Technologie vraagt om dialoog
Volgens zowel Floris als Stael ligt de grootste uitdaging uiteindelijk niet in het meten van de werkelijkheid, maar in het bespreekbaar maken ervan. ‘Je moet het gesprek aangaan met operators, managers en iedereen die betrokken is bij het proces’, aldus Stael.
Floris benadrukte daarbij dat oplossingen eenvoudig moeten blijven. ‘Als je te veel moet uitleggen waarom een verpakking beter werkt, dan wordt het lastig.’
Sinds de start van hun samenwerking in 2018 staat die balans centraal: technologische mogelijkheden benutten, zonder de consument, retailer of productiemedewerker uit het oog te verliezen. ‘Ik heb altijd de consument, de retailer en de operatie in gedachten’, besloot Floris. ‘Want uiteindelijk bepaalt dat of een innovatie succesvol wordt.’

Meer artikelen
Gerelateerde artikelen
Industrial Packaging Days: AI en automatisering centraal
Tallpack International, Robotics Benelux en Unilid Solutions nodigen relaties én geïnteresseerde...
NFC van pilot naar praktijk: lessen uit de waardeketen
Tijdens het AIPIA-congres in Amsterdam bespraken Takuya Onuki (TOPPAN), Grégoire Fremiot (Selinko)...
VM nieuwsbrief
- Blijf op de hoogte met het laatste nieuws uit de verpakkingsindustrie
- Techniek, duurzaamheid, design en meer
- Gratis in jouw inbox