Aanleiding is artikel 8 van de PPWR. Daarin is vastgelegd dat de Europese Commissie uiterlijk 12 februari 2028 de technologische ontwikkeling en milieuprestaties van biobased kunststofverpakkingen moet beoordelen. Op basis daarvan kan de Commissie onder meer duurzaamheidscriteria en doelstellingen voor het gebruik van biobased grondstoffen voorstellen.
Volgens nova-Institute zijn momenteel zeventien biobased polymeren commercieel beschikbaar en bestaan er geen fundamentele technische belemmeringen voor toepassing in verpakkingen. Het instituut stelt daarnaast dat verschillende biobased kunststoffen een lagere uitstoot van broeikasgassen kunnen hebben dan vergelijkbare fossiele materialen. De omvang van dat voordeel verschilt echter per polymeer, grondstof en productieketen. De Europese Commissie benadrukte eerder al dat de milieuprestaties van biobased kunststoffen mede afhangen van factoren zoals land- en watergebruik, biodiversiteit en de herkomst van biomassa.
Aanvulling op gerecycled materiaal
De PPWR bevat minimumpercentages voor gerecycled materiaal in kunststofverpakkingen, maar stelt momenteel geen verplicht minimum voor biobased grondstoffen vast. Artikel 8 biedt wel ruimte om dergelijke doelstellingen later via een wetgevingsvoorstel te introduceren. Ook kan de Commissie onder bepaalde voorwaarden voorstellen dat biobased grondstoffen bijdragen aan doelstellingen die anders met post-consumer recyclaat moeten worden ingevuld.
Nova-Institute ziet biobased en gerecyclede koolstof vooral als aanvullende grondstofstromen. Recycling houdt reeds gebruikte koolstof in de materiaalkringloop, terwijl biomassa nieuwe niet-fossiele koolstof kan toevoegen. Het instituut adviseert daarom onder meer geharmoniseerde duurzaamheidscriteria en bindende doelstellingen voor biobased materiaal.
Opschaling vormt volgens het onderzoek nog wel een uitdaging. Productiekosten, beschikbare productiecapaciteit, infrastructuur en beleidsvoorwaarden kunnen de toepassing beperken. Voor verpakkingsproducenten is daarnaast relevant dat een biobased oorsprong op zichzelf niets zegt over recyclebaarheid of composteerbaarheid. De PPWR behandelt deze eigenschappen afzonderlijk.