Morssinkhof: de praktijk achter design for recycling van verpakkingen
Wat gebeurt er met een shampoofles of yoghurtbakje nadat het bij het PMD-afval of restafval is beland? Tijdens een bezoek aan Morssinkhof Plastics in Heerenveen gaf business developer Lars van Zutphen een inkijk in het recyclingproces waarmee huishoudelijke kunststofverpakkingen opnieuw als grondstof worden ingezet voor nieuwe verpakkingen. Daarbij stond niet alleen de techniek centraal, maar ook de uitdagingen rond wetgeving, ontwerpkeuzes en marktvraag.
Morssinkhof Plastics maakt deel uit van een groep van dertien recyclingbedrijven in Nederland, België, Duitsland en Polen. De onderneming verwerkt jaarlijks ongeveer 500.000 ton kunststofafval. In Heerenveen richt de fabriek zich specifiek op de recycling van voorgesorteerde HDPE- en PP-verpakkingen afkomstig uit huishoudelijk afval. Het bedrijf startte de locatie in 2017, mede dankzij een samenwerking met IKEA, dat als minderheidsaandeelhouder betrokken raakte bij de ontwikkeling van de fabriek. IKEA zocht destijds een partner die post-consumer kunststofafval kon recyclen tot hoogwaardige grondstoffen voor nieuwe producten.

Lars van Zutphen, business developer Morssinkhof Plastics.

Sorteren op kleur
Volgens Van Zutphen begint hoogwaardige recycling met een extra sorteerstap. Hoewel het materiaal al door sorteerinstallaties is gescheiden op polymeertype, wordt het in Heerenveen opnieuw gesorteerd.
‘Als je alles bij elkaar gooit, krijg je uiteindelijk grijs materiaal. Daarmee beperk je de mogelijkheden voor nieuwe toepassingen aanzienlijk’, aldus Van Zutphen.
De fabriek verdeelt HDPE-verpakkingen in vier kleurstromen: naturel, wit, blauw en groen. Voor PP worden eveneens verschillende basiskleuren onderscheiden. Door deze scheiding ontstaan grondstoffen die later beter inkleurbaar zijn voor nieuwe verpakkingen. Daardoor kunnen merken hun bestaande kleuren grotendeels behouden terwijl ze toch recyclaat toepassen.
Na het sorteren worden de verpakkingen vermalen tot flakes en gewassen. Eerst gebeurt dat in een koud wasproces, waarna het materiaal wordt gehomogeniseerd. Vervolgens ondergaat het een heetwasproces waarbij warm water, loog en frictie zorgen voor het verwijderen van etiketten, lijmresten, inkten en andere verontreinigingen. Daarna worden de flakes geëxtrudeerd tot granulaat dat opnieuw kan worden verwerkt in spuitgiet- of blaasvormprocessen.

Circulaire toepassingen
Morssinkhof richt zich nadrukkelijk op closed-loop recycling. Het doel is om van een verpakking opnieuw een vergelijkbare verpakking te maken.
‘Wij proberen van een PET-fles weer een PET-fles te maken en van een HDPE-fles weer een HDPE-fles’, vertelde Van Zutphen.
Voorbeelden daarvan zijn verpakkingen van Nivea, Unilever en diverse huishoudproducten. Sommige verpakkingen bestaan inmiddels volledig uit gerecycled materiaal. Daarbij wordt vaak gebruikgemaakt van recyclaat afkomstig uit dezelfde kleurstroom als de nieuwe verpakking. Zo worden groene PET-flessen weer ingezet voor groene PET-flessen en blauwe HDPE-verpakkingen voor nieuwe blauwe verpakkingen.
Volgens Van Zutphen biedt die aanpak niet alleen voordelen voor de recyclebaarheid, maar ook voor de beschikbaarheid van hoogwaardige grondstoffen. Wanneer verpakkingen bewust worden ontworpen met hun toekomstige recycling in gedachten, blijft de kringloop beter gesloten.

Vraag blijft achter bij capaciteit
Ondanks de technologische mogelijkheden loopt de markt volgens Van Zutphen nog niet altijd mee. Een deel van het gerecyclede materiaal vindt nog steeds zijn weg naar toepassingen zoals grondbuizen.
‘Technisch kunnen we veel meer materiaal terugbrengen naar nieuwe verpakkingen. Maar de vraag vanuit de verpakkingsmarkt blijft soms achter’, stelde hij.
De prijs van nieuw kunststof speelt daarbij een belangrijke rol. In periodes waarin virgin materiaal goedkoop is, kiezen bedrijven nog regelmatig voor nieuwe grondstoffen. Volgens Van Zutphen moet de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) daar verandering in brengen doordat het gebruik van recyclaat in steeds meer toepassingen verplicht wordt.
Om voorbereid te zijn op die groeiende vraag bouwt Morssinkhof momenteel een vergelijkbare recyclingfabriek in Lommel, België. Daarmee verdubbelt de capaciteit voor deze specifieke recyclingactiviteiten van circa 25.000 naar 50.000 ton per jaar.

Voorbeelden van flessen (deels) gemaakt uit gerecycled plastic.
Ontwerp bepaalt recyclebaarheid
Tijdens de presentatie besteedde Van Zutphen veel aandacht aan ontwerpkeuzes van verpakkingen. Volgens hem zijn niet alle gangbare ontwerpprincipes automatisch gunstig voor recycling.
Een voorbeeld zijn etiketten die met lijm op verpakkingen worden bevestigd. De lijm moet tijdens het wasproces worden verwijderd en veroorzaakt extra belasting van het waswater. Shrink sleeves vormen volgens Morssinkhof vaak een betere oplossing omdat deze al vroeg in het proces mechanisch kunnen worden afgescheiden.
Ook het streven naar monomaterialen verdient volgens hem nuance. Zo worden HDPE-flessen soms voorzien van HDPE-doppen om volledig uit één materiaal te bestaan. Vanuit recyclingperspectief kan dat echter nadelen hebben.
‘Een PP-dop kunnen wij eenvoudig van een HDPE-fles scheiden. Wanneer beide uit HDPE bestaan, wordt dat veel moeilijker door de verschillende HDPE-soorten van dop en fles en beïnvloedt het de eigenschappen van het gerecyclede materiaal’, legde hij uit.
Daarnaast vormen sterk bedrukte verpakkingen, complexe labels en verpakkingen met rubberen of metalen componenten nog altijd uitdagingen voor hoogwaardige recycling.
‘Het Phisiomer-neussprayflesje bijvoorbeeld, ziet eruit als een gewone witte HDPE-verpakking, maar bevat metalen en zwart rubberen onderdelen die moeilijk uit de recyclingstroom zijn te verwijderen. Hierdoor vervuilt het de witte HDPE-fractie en veroorzaakt het extra kosten in het proces.’

Flexibele verpakkingen
Volgens Van Zutphen vormen flexibele verpakkingen een grotere uitdaging dan flessen, bakjes en kuipjes. De PP-stroom die Morssinkhof verwerkt bevat weliswaar een beperkt aandeel folies, maar deze zijn vaak moeilijk economisch te recyclen. Het bedrijf sorteert PP-folies daarom niet apart uit, omdat de volumes volgens hem onvoldoende zijn om daar een rendabel recyclingproces voor op te zetten. Een deel van de folies wordt mee verwerkt in de recyclingstroom, terwijl een deel alsnog wordt afgevoerd voor verbranding.
Over de toekomst van folies verwacht Van Zutphen dat chemische recycling een belangrijke rol zal gaan spelen. Vooral meerlaagse PE-folies en gelamineerde verpakkingen zijn volgens hem moeilijk mechanisch te recyclen. Nu de export van kunststofafval naar Azië verder wordt beperkt, blijft Europa volgens hem achter met grote hoeveelheden flexibele verpakkingen waarvoor nog onvoldoende recyclecapaciteit beschikbaar is. Voor deze stromen ziet hij chemische recycling als een logische aanvulling op mechanische recycling.
'Alles wat je mechanisch kunt recyclen en terug kunt brengen in een closed loop, moet je op die manier doen. Maar voor PE- en PP-laminaten zie ik de toekomst echt in de chemische recycling.'

Wetgeving als bepalende factor
Een belangrijk thema tijdens de bijeenkomst was de beperkte mogelijkheid om gerecycled HDPE en PP opnieuw in voedselverpakkingen toe te passen. Volgens Van Zutphen ligt de grootste belemmering momenteel niet bij de techniek, maar bij de Europese regelgeving.
In landen als het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten bestaan al systemen waarbij gerecycled polyolefine in bepaalde voedseltoepassingen wordt gebruikt. In Europa zijn de toelatingsprocedures echter aanzienlijk strenger. Daardoor kunnen hoogwaardige recyclaten voorlopig vooral worden ingezet voor non-food toepassingen zoals cosmetica, huishoudproducten en technische producten. Toch verwacht Van Zutphen dat verdere technologische ontwikkeling en aanpassing van regelgeving nieuwe mogelijkheden zullen creëren. ‘Als het technisch in andere landen mogelijk is, dan geloven wij dat het uiteindelijk ook in Europa mogelijk moet zijn.’
Met de uitbreiding van capaciteit, investeringen in sorteer- en wastechnologie en de toenemende vraag naar recyclaat positioneert Morssinkhof zich nadrukkelijk voor die volgende stap in de ontwikkeling van een meer circulaire kunststofketen.
Bron- of nascheiding?
Over de discussie tussen bron- en nascheiding neemt Van Zutphen geen uitgesproken standpunt in. Volgens hem levert bronscheiding schonere kunststofstromen op, omdat er minder organisch afval aan de verpakkingen kleeft. Daar staat tegenover dat consumenten vaker niet-verpakkingen, zoals speelgoed of andere kunststofproducten, in de PMD-bak gooien. Nascheiding zorgt juist voor meer vervuiling van het materiaal, maar haalt verpakkingen beter uit het huishoudelijk afval. Wel gaat volgens Van Zutphen bij nascheiding nog altijd 5 tot 10 procent van de kunststoffen verloren doordat deze niet uit het restafval worden teruggewonnen. Daarom ziet hij beide systemen vooral als complementair: de optimale keuze hangt af van factoren als bevolkingsdichtheid, logistiek en regionale omstandigheden.
Meer artikelen
Gerelateerde artikelen
The LCA Center: toenemende vraag naar materiaalanalyses verpakkingen
The LCA Center meldt een groeiende vraag naar Packaging Forensics, een dienst waarmee de...
PPWR vraagt om nieuwe kijk op portieverpakkingen
De Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) heeft grote invloed op producenten van...
VM nieuwsbrief
- Blijf op de hoogte met het laatste nieuws uit de verpakkingsindustrie
- Techniek, duurzaamheid, design en meer
- Gratis in jouw inbox