PPWR geeft de yoghurtpouch een nieuwe impuls
Yoghurtpouches hebben de afgelopen 25 jaar een eigen plek in de zuivelmarkt veroverd. Waar dergelijke verpakkingen traditioneel uit verschillende kunststoffen en soms aluminium bestaan, ontwikkelen leveranciers varianten die hoofdzakelijk uit één kunststof bestaan. SÜDPACK richt zijn CarbonLite PurePP nu op drinkyoghurt, drinkbare skyr en andere vloeibare zuivelproducten. De ontwikkeling past bij de druk vanuit de PPWR om verpakkingen beter recyclebaar te maken. Maar wat betekent een mono-PP-pouch in de praktijk en hoe zit het met het zwerfafval die deze on-the-go verpakking veroorzaakt?
Begin deze eeuw kwam Friesche Vlag met een compleet nieuwe zuivelproduct op de markt: Breaker. Een dikke yoghurt in een knijpverpakking voor on-the-go met stukjes fruit er in. Ideaal om onderweg even snel een gezonde snack te nuttigen. Verpakkingskundige Mirjam Snel was destijds bij Friesche Vlag betrokken bij de ontwikkeling. De keuze voor de pouch had volgens haar vooral te maken met het gebruiksmoment. ‘Het product is dikker dan drinkyoghurt. We zochten iets wat handig was voor onderweg en wat je met één hand uit de verpakking krijgt. Zo zijn we op die knijpverpakking uitgekomen.’
‘Probleem was dat er nog geen machine voor was ontwikkeld. Het ontwerp was daar niet voor gemaakt, dus dat hebben we allemaal moeten valideren.’
25 jaar later is Breaker (inmiddels van MelkUnie,) nog steeds op de markt en zijn er diverse me too producten bij gekomen.
.jpg?width=3000&height=2013&name=S%C3%9CDPACK_Drinkjoghurt%20%20(3).jpg)
Laminaat voldoet niet meer aan deze tijd
25 jaar geleden waren de materiaaleisen anders dan nu. Opgedampt aluminium moest Breaker extra uitstraling geven en PET zorgde voor de benodigde stijfheid. Recyclebaarheid speelde nauwelijks een rol.
Wel zag Snel toen al een voordeel van flexibel verpakken: ‘Als je kijkt naar hoe weinig plastic je gebruikt en wat je ermee kunt verpakken, dan is zo’n zakje natuurlijk heel efficiënt.’
De ontwikkeling naar een PP-structuur vindt ze een logische stap. ‘Het vervangen van een multilayer door een mono-PP folie is positief. Recyclebaarheid is echter nog niet hetzelfde als circulariteit, maar je kunt er wel weer PP van maken.’
PPWR als drijfveer
De Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) zit achter veel nieuwe materiaalintroducties van de afgelopen maanden die bestaan uit mono-plastics. Verpakkingen moeten onder de PPWR op recyclebaarheid worden ontworpen.
SÜDPACK bouwt daarom zowel de pouch als de spout hoofdzakelijk uit PP. Volgens het bedrijf is drinkyoghurt bovendien een groeiende categorie, met name bij eiwitrijke producten en consumptie onderweg. De spouted pouch moet daarbij gemak, hersluitbaarheid en productbescherming combineren met een mono-PP-opbouw.
SÜDPACK zegt inmiddels met meerdere zuivelproducenten aan test- en implementatieprojecten te werken. Namen kan het bedrijf vanwege vertrouwelijkheid niet noemen. De mono-PP spouted pouch is volgens de leverancier wel al commercieel beschikbaar in Europa.
.jpg?width=3000&height=2013&name=S%C3%9CDPACK_Drinkjoghurt%20%20(2).jpg)
'Ongeveer 96 procent recyclebaar'
Voor de onderzochte configuratie komt SÜDPACK uit op een berekende recyclebaarheid van ongeveer 96 procent. Die berekening is intern uitgevoerd met CHIRA-software van Institut cyclos-HTP, volgens de minimale standaarden van ZSVR en EN 13430.
Belangrijk is dat de berekening volgens SÜDPACK betrekking heeft op de volledige verpakking: de PP-gebaseerde folie, barrièrecomponenten, drukinkten, lijmen, spout en dop.
Het bedrijf benadrukt dat het om een softwarematige, niet gecertificeerde inschatting gaat. Voor een vergelijkbare CarbonLite PurePP-pouch voor fruitpuree is wel een onafhankelijke beoordeling uitgevoerd. Een certificaat voor de ene configuratie kan echter niet zonder meer worden toegepast op een andere pouch. Formaat, bedrukking, spout en dop kunnen per klant verschillen. De verpakkingsproducent stelt daarom dat een klant die zelf een recyclebaarheidsclaim wil voeren, zijn verpakking in de definitieve configuratie moet laten beoordelen.
De visie van de recycleaar
Voor Lars van Zutphen, business developer bij Morssinkhof Plastics, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen ‘recyclebaar’ en ‘daadwerkelijk gerecycled’. Een recyclebaarheidspercentage zegt volgens hem in eerste instantie iets over het ontwerp van de verpakking en de technische mogelijkheid om het materiaal opnieuw te verwerken. Daarmee is nog niet gezegd hoeveel materiaal uiteindelijk daadwerkelijk als recyclaat terugkomt.
Van Zutphen wijst erop dat daar meerdere stappen tussen zitten. ‘De pouch moet na gebruik worden ingezameld, vervolgens door de sorteerinstallatie worden herkend en in de juiste kunststofstroom terechtkomen. Bij iedere stap kan materiaal verloren gaan. Een verpakking kan technisch dus goed voor recycling zijn ontworpen, terwijl de hoeveelheid die uiteindelijk wordt gerecycled lager uitvalt.’
De overstap van een PET/ALU/PE-laminaat naar een structuur die hoofdzakelijk uit PP bestaat, ziet Van Zutphen vanuit recyclingperspectief wel als een relevante stap. ‘Verschillende materialen in een laminaat zijn na gebruik moeilijk van elkaar te scheiden. Een verpakking die grotendeels uit één polymeer bestaat, geeft een recycler een beter uitgangspunt.’
Maar ook bij mono-PP blijft volgens Van Zutphen de hele keten bepalend. Niet alleen de materiaalopbouw telt, maar ook de vraag of de verpakking in de praktijk goed kan worden gesorteerd, gerecycled en of er vervolgens een bruikbare toepassing voor het recyclaat is.
PPWR-eisen vanaf 2030
SÜDPACK verwacht echter dat de mono-PP-constructie goed kan aansluiten op de recyclebaarheidseisen die vanaf 2030 onder de PPWR gaan gelden. Een definitieve beoordeling kan het bedrijf nog niet geven. De precieze design-for-recyclingcriteria en de berekeningsmethodiek moeten nog via secundaire Europese wetgeving worden vastgesteld.
Op basis van de huidige beoordelingsmethoden en de mono-PP-opbouw verwacht SÜDPACK dat de pouch in een hoge recyclebaarheidscategorie kan uitkomen. Maar ook hier geldt dat uiteindelijk de complete, klantspecifieke verpakking moet worden beoordeeld.
SÜDPACK stelt daarnaast dat de CO2e-voetafdruk van de PP-structuur ruim 40 procent lager ligt dan die van een conventioneel laminaat met PET, aluminium en PE. Het bedrijf vergelijkt daarvoor één vierkante meter folie. Volgens SÜDPACK is bewust voor deze functionele eenheid gekozen omdat pouchformaten, volumes, bedrukking, spout en dop per toepassing sterk kunnen verschillen. Een vergelijking per complete verpakking zou daardoor meer aannames vragen. De berekening omvat grondstoffen, filmproductie, een aangenomen distributieafstand van 800 kilometer en end-of-life.
Daarbij wordt voor het conventionele PET/ALU/PET/PE-laminaat thermische verwerking aan het einde van de levensduur aangenomen. Voor de PurePP-oplossing rekent SÜDPACK met een Duitse end-of-lifeverdeling van 52 procent recycling en 48 procent thermische verwerking.
Niet meegenomen zijn onder meer het afvullen, opslag in retail, koeling tijdens gebruik, consumentengebruik en eventueel productverlies. SÜDPACK verwacht dat die fasen bij een vergelijkbaar product niet wezenlijk verschillen uitsluitend door een andere foliestructuur.
De berekening is gebaseerd op de SPHERA-database en is niet onafhankelijk gevalideerd of geverifieerd.

Bestaande pouch, nieuwe materiaalvraag
De ontwikkeling van SÜDPACK laat daarmee vooral zien hoe Europese regelgeving bestaande verpakkingsconcepten verandert. De voordelen die de pouch 25 jaar geleden aantrekkelijk maakten, weinig materiaal, gebruiksgemak en on-the-go consumptie, zijn grotendeels dezelfde gebleven. Wat verandert, zijn de eisen aan het materiaal. Een PET/ALU/PE-constructie kan functioneel goed presteren, maar past minder goed bij de beweging richting beter recyclebare verpakkingen. Mono-PP probeert die functionaliteit te behouden en tegelijkertijd een betere uitgangspositie voor recycling te creëren.
De PPWR werkt daarmee niet zozeer als aanjager van een nieuwe verpakkingsvorm, maar van het herontwerp van een bestaande multilayer-verpakkingen.
Lees ook: SÜDPACK zet mono-PP-laminaat in voor drinkyoghurt

Breaker in het zwerfafval
Drinkzakken zoals de Melkunie Breaker en Capri-Sun worden relatief vaak in het zwerfafval aangetroffen. Volgens Zwerfinator Dirk Groot is het aantal gevonden drinkzakken sinds 2021 ongeveer verdubbeld. Eerdere metingen lieten eveneens een duidelijke stijging zien. Bij onderzoek binnen Project Pakzooi bleek bovendien dat 62% van de gefotografeerde Breaker-verpakkingen zonder dop werd aangetroffen.
De aandacht voor deze verpakkingen is relevant omdat het kabinet het statiegeldsysteem vanaf 1 januari 2028 wil uitbreiden naar plastic flessen voor onder meer zuivel en sap. Flexibele knijpverpakkingen zoals Breaker vallen volgens de huidige plannen niet onder deze uitbreiding.
Dat is wel onderzocht. CE Delft adviseerde om knijpverpakkingen op termijn onder het statiegeldsysteem te brengen. Het kabinet neemt dat advies vooralsnog niet over, onder meer vanwege praktische problemen met de bestaande inzamelinfrastructuur. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat knijpverpakkingen voor zuivel en dranken vaak onderweg worden gebruikt en relatief vaak in het milieu terechtkomen.
LEES OOK HET RAPPORT 'OPERATIE ZUIGZAK'


Volgens Zwerfinator zijn het aantal Breakers in het zwerfafval de laatste jaren meer dan verdubbeld. Maar Caprisun is volgens hem 'nog veel en veel meer'.
Meer artikelen
Gerelateerde artikelen
SÜDPACK ontwikkelt mono-PP-verpakkingen voor verse pasta
SÜDPACK presenteert verschillende PP-gebaseerde verpakkingsconcepten voor verse pasta, waaronder...
‘Consument kritischer over voedselverpakkingen met recyclaat’
Consumenten kunnen voedselverpakkingen van gerecycled plastic associëren met een groter risico op...
VM nieuwsbrief
- Blijf op de hoogte met het laatste nieuws uit de verpakkingsindustrie
- Techniek, duurzaamheid, design en meer
- Gratis in jouw inbox