Een van de opvallende uitkomsten betreft de verwachte materiaalverdeling. Respondenten schatten het aandeel vezelgebaseerde verpakkingen op 37% in 2025 en 42% in 2045. Voor polymeerverpakkingen daalt het geschatte aandeel in dezelfde periode van 53% naar 33%. Dat betekent volgens het rapport niet dat kunststof verdwijnt. De verwachting is eerder dat moeilijk recyclebare meerlaagse structuren terrein verliezen aan mono-materialen, terwijl bij rigide verpakkingen meer aandacht komt voor gerecycled materiaal. De grafiek op pagina 17 brengt deze verschuiving per materiaalcategorie in beeld.
EPR beïnvloedt materiaal- en ontwerpkeuzes
Regelgeving vormt een tweede belangrijke factor. Van de ondervraagden verwacht 63% dat duurzaamheid in 2045 een strikte wettelijke eis voor verpakkingen zal zijn; 86% voorziet daarvan een aanzienlijke impact. Het rapport wijst onder meer op uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR), waarbij tarieven niet alleen kunnen samenhangen met gewicht, maar ook met recyclebaarheid en componenten zoals coatings, lijmen, inkten en etiketten.
Daarmee wordt ontwerp voor recycling belangrijker. Voor vezelgebaseerde verpakkingen kunnen nieuwe barrièrecoatings het aantal toepassingen in voedselverpakkingen vergroten. Tegelijkertijd plaatst het rapport daarbij een kanttekening: zware coatings of laminaten kunnen een vezelverpakking juist moeilijker verwerkbaar maken in bestaande papierrecyclingstromen. Technische prestaties en daadwerkelijke recyclebaarheid moeten daarom gezamenlijk worden beoordeeld.

Infrastructuur blijft knelpunt
De derde ontwikkeling betreft de verwerking na gebruik. Respondenten verwachten dat het aandeel gerecyclede verpakkingen stijgt van 31% in 2030 naar 37% in 2045. Voor 2045 voorziet het onderzoek daarnaast 19% hergebruik en 14% compostering of biologische afbraak. Tegelijkertijd zou volgens deze scenario's nog 30% worden gestort of verbrand.
De onderzoekers benadrukken dat een technisch recyclebare verpakking niet automatisch daadwerkelijk wordt gerecycled. Inzameling, sortering, beschikbare verwerkingscapaciteit en consumentengedrag blijven bepalend. Compostering wordt in het rapport vooral als aanvullende route gezien voor toepassingen met voedselverontreiniging of regio's waar recyclinginfrastructuur minder ontwikkeld is.